>>
Contactinformatie

Foodbedrijven pleiten voor externe verificatie ISO 26000

De ISO 26000-richtlijn voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) is een goed instrument om duurzaam ondernemen binnen een bedrijf volledig te structureren. Externe verificatie garandeert de beste vorm van transparantie en bewijslast voor de stakeholders. Dat waren belangrijke conclusies van de onlangs bij adviesbureau DHV gehouden rondetafelbijeenkomst over de praktische toepassing van de ISO 26000-richtlijn in de foodsector.

Aan de DHV-tafel zaten MVO-managers van drie prominente foodconcerns: Jaap Petraeus (FrieslandCampina), Marthijn Junggeburth (Bavaria) en Henk Voormolen (Albron). Ze vinden dat de ISO 26000 goed aansluit bij de foodsector omdat daar duurzaamheidthema's zoals de milieu-impact van productie en transport, gezondheid en dierenwelzijn van nature zeer relevant en urgent zijn. Over deze thema's is de sector traditioneel al sterk in dialoog met verschillende belanghebbenden. Voedsel is immers belangrijk voor iedereen en staat daarom sterk in de aandacht van maatschappelijke organisaties.

De MVO-managers zien de waarde van het gebruik van de richtlijn vooral in een internationale context in de business-to-business omgeving. De drie ondernemingen hebben een externe verificatie laten uitvoeren door een onafhankelijke certificerende instelling als afsluiting van het implementatietraject dat ze hebben doorlopen. Bavaria heeft dit gedaan aan de hand van haar referentie handboek, Albron en FrieslandCampina aan de hand van hun zelfverklaring (volgens de nieuwe NPR9026 richtlijn).

Naar de toekomst toe roepen de drie ondernemingen op om te blijven streven naar continue verbetering. "Implementatie van MVO-standaarden zoals de ISO 26000 is geen eindstation. De nadruk moet liggen op innovatie en co-creatie op het vlak van duurzaamheid in de keten." Daarbij is het wenselijk als de ISO 26000 kan doorgroeien tot een onderliggende standaard voor de diverse benchmarking instrumenten die de sector hanteert.