DEN HAAG - Gemeenten zitten in een spagaat, vindt Marco Karremans. Aan de ene kant moeten ze fors bezuinigen, aan de andere kant zijn er veel oude wijken die toe zijn aan herstructurering.De openbare ruimte in een gemeente - zoals infrastructuur, sportparken, speelvoorzieningen en theater - is het visitekaartje, ze zorgt voor aantrekking en behoud van inwoners. De openbare ruimte is na zorg, welzijn en werk vaak de grootste post op de gemeentebegroting en springt dan ook in het oog bij bezuinigingen. Hoe moeten gemeenten omgaan met bezuinigingen zonder dat de kwaliteit van de openbare ruimte eronder lijdt?
Ze moeten uitgaven terugdringen door hun programma voor de openbare ruimte grondig te hervormen met behulp van life cycle management. Dit komt erop neer dat ze de complete levenscyclus van bijvoorbeeld een woonwijk in kaart brengen en daarop de herinrichting en het onderhoud van alle openbare objecten afstemmen. Hierbij zijn focus op lange termijn en een integrale aanpak essentieel.
Gesneden
Nu doen gemeenten dat niet. Er wordt gesneden zonder gefundeerd plan en zonder inzicht in de gevolgen (achterstallig onderhoud en verwaarlozing). De gemeentepolitiek wil op korte termijn resultaat boeken in navolging van het kabinet door rigoureuze herinrichting en onderhoud te beperken of uit te stellen. De versnipperde verantwoordelijkheden en financiën van de openbare ruimte binnen de huidige gemeentelijke organisatie draagt bij aan het kortstondig snijden. Life cycle management is een benadering die in potentie een structurele kostenbesparing op kan leveren van zeker 10 procent.
Het principe gaat uit van de hele levenscyclus en een integrale begroting voor alle openbare objecten. Zo kan een integrale visie op de waarde van de openbare ruimte worden ontwikkeld: hoe gaan we langjarig om met bestaande of geplande wegen, zwembaden, parkeerplaatsen, sportparken, openbare verlichting, bibliotheek, begraafplaatsen, riolering etc.?Deze aanpak bekijkt gestructureerd over een periode van 30 jaar of langer wat het minimaal gewenste kwaliteitsniveau is, geeft evenwichtig de juiste investeringsmomenten en stimuleert om alle gemeentelijke units en budgetten van alle sectoren van de openbare ruimte te integreren.
Gemeenten zijn verplicht om, net als de rijksoverheid, het principe 'trap op, trap af' te hanteren. In slechte tijden over de volle breedte van beleidsprogramma's te bezuinigen. Het kabinet stimuleert dit principe direct door de belangrijkste baten af te knijpen. De bijdrage van het Gemeentefonds daalt en gemeenten krijgen minder specifieke uitkeringen (doelsubsidies). Verhoging van lokale belastingen als het ozb-tarief heeft maar beperkt positief effect op de gemeentekas en leidt tot weerzin bij burgers. Wat overblijft, is flink minder uitgeven, ten koste van de ruimtelijke waarde en met de hoop dat het ooit weer 'trap op' gaat. Dan wordt echter vergeten dat bezuinigingen wel eens structureel kunnen zijn en het aankomt op het credo 'meer kwaliteit met minder middelen'.
Gemeenten kunnen beter onderbouwd bezuinigingen doorvoeren en omgaan met een structureel lager uitgavenpatroon als zij kennis hebben van het ruimtegebruik in een wijk en een visie op herinrichting ervan weten te ontwikkelen. Door een integrale visie op het gebruik van een wijk kunnen herinrichting en onderhoud van verschillende objecten op elkaar worden afgestemd. Deze visie zou moeten worden gekoppeld aan het optimaliseren van investeringsbeslissingen over de gehele levenscyclus. Colleges van B en W kunnen dan beter worden ondersteund bij vragen als: wat is de invloed van toegevoegde functionaliteiten en eisen op de levenscycluskosten en welke varianten zijn vanuit de levenscyclusgedachte interessant? En, wat is de optimale mix van investeringsmomenten en mogelijkheden voor het inbouwen van flexibiliteit om in te spelen op toekomstige onzekerheden?
Kostenbesparingen
Op basis van life cycle management kunnen gemeenten vervolgens het onderhoud uitbesteden aan marktpartijen, die over het algemeen meer ervaring hebben met ruimtelijke herinrichting en grootschalig onderhoud. De praktijk in gemeenten Amersfoort en Berkelland bewijst dat dit kostenbesparingen oplevert. Bijkomend voordeel is dat gemeenten verschillende werkzaamheden gebundeld kunnen uitbesteden. Ook dat levert weer lagere kosten op. Risico's ten aanzien van het instandhouden van de openbare ruimte kunnen worden overgedragen aan marktpartijen. Spaarpotten in de vorm van onderhoudsvoorzieningen hebben individuele gemeenten hierdoor op lange termijn minder nodig.
Lees het artikel ook op de site van Cobouw.